Torenmuziek Rotterdam

Een carillon, ook wel beiaard of klokkenspel genoemd, is een van de grootste muziekinstrumenten ter wereld. We mogen er trots op zijn, want het instrument is ontstaan bij ons in de Lage Landen aan het begin van de zestiende eeuw. Rotterdam kent een rijke geschiedenis als beiaardstad. Al vanaf 1539 is er sprake van een ‘musicerende beierman’ die vanuit de stadshuistoren zijn stadsmuziek speelt. Deze bijzondere en onafgebroken traditie is nog steeds springlevend. De drie prachtige Rotterdamse carillons worden vandaag de dag bespeeld door stadsbeiaardiers Geert Bierling en Richard de Waardt.

Toren-jukebox

Iedere zaterdag tussen 13u en 14u worden er verzoeknummers gespeeld op het carillon van de Laurenskerk. Ook een verzoekje doen? 

Prijsvraag

Wat speelt de beiaardier? Als u een muziekstuk herkent, maakt u iedere maand kans op een gratis torenbeklimming en kunt u de beiaardier aan het werk zien. 


HET OUDSTE CARILLON VAN DE STAD

 

Originele offerte van Francois Hemony in 1645 

 

Geschiedenis
In 1660 leverde de Amsterdamse klokkengieter François Hemony aan het stadsbestuur van Rotterdam 36 klokken voor de Laurenstoren. Een klokkenspel in een hoge toren, bespeeld door een stadsbeiaardier, gaf een stad status. Niet alleen de hoogte van een toren gaf de stad aanzien, maar ook het aantal klokken in de toren. Hoe meer klokken, hoe meer indruk de stad maakte.

In veel belangrijke 17de eeuwse steden in Holland zoals Amsterdam, Gouda, Enkhuizen, Utrecht en Delft hingen in de toren van het stadhuis, of in de toren van de grote kerk klokken van de gebroeders Hemony. De twee broers waren zeer beroemd omdat hun klokken niet vals klonken, maar zeer zuiver. Dit kwam omdat zij in staat waren om de klokken te stemmen door brons weg te snijden aan de binnenkant van de gegoten klok. Rotterdam kon natuurlijk niet achterblijven.

François Hemony had al in 1645 een plan gemaakt om een carillon in de Laurenstoren te plaatsen. Maar omdat de toren in 1650 verzakte tijdens een zuidwesterstorm konden de klokken niet opgehangen worden. De Rotterdammers moesten nog tien jaar wachten voordat de Hemony- klokken zouden klinken.

In verband met een restauratie van de grote toren werden alle klokken in 1934 verwijderd. Ze werden in 1939 teruggeplaatst en in een nieuwe eikenhouten klokkenstoel gehangen, ontworpen door stadsbeiaardier Ferdinand Timmermans. Tijdens het bombardement op 14 mei 1940 werd de toren getroffen door brand. De houten stelling die rond de toren was geplaatst vatte vlam. De oude speeltrommel en het carillon bleven gelukkig behouden. Dat kwam doordat bij de restauratie van de toren de houten vloerdelen en balken van de twee bovenste verdiepingen vervangen waren door betonnen vloeren. De oude luidklokken, die een verdieping lager hingen, zijn tijdens de torenbrand in 1940 wel verwoest. In 1961 zijn op de verdieping onder het carillon drie nieuwe luidklokken geplaatst. Twee daarvan zijn ook aangesloten op het carillon als Bb en Eb klokken. Na de Tweede Wereldoorlog kon, na een lange opbouw periode van de kerk en de toren, het oude 17de eeuwse carillon pas weer klinken in 1962. Het werd door de klokkengieterij Eijsbouts te Asten tevens uitgebreid tot 49 klokken.


De 17e eeuwse speeltrommel
Sommige mensen denken dat er de hele dag iemand boven in de Laurenstoren zit om daar ieder kwartier een melodie te spelen. Dat is niet zo. De korte muziekstukjes die om het kwartier klinken worden gespeeld door het “automatische carillon”. 

Rond 1661 is deze speeltrommel speciaal voor de Laurenstoren gemaakt en omhoog getakeld naar de verdieping onder de carillonklokken. Hij ziet er uit als een grote ronde trommel zoals in een wasmachine, maar liefst 4800 gaten. In deze gaten kunnen pennetjes gestoken worden, die er aan de buitenkant van de trommel uitsteken. Je kan de trommel ook beschouwen als een uit de kluiten gewassen speeldoosje. 

De speeltrommel staat in verbinding met het uurwerk in de toren. Ieder kwartier komt er een seintje uit het uurwerk. De trommel draait dan een kwartslag rond. De pennen draaien mee en omdat ze er aan de buitenkant van de trommel uitsteken duwen ze tuimelaars omhoog. Het uiteinde van zo’n tuimelaar beweegt naar beneden en trekt vervolgens een draad mee. Aan het uiteinde van die draad zit een hamer die tegen een klok slaat.

De muziekstukjes die klinken worden eerst thuis door de beiaardier gecomponeerd / gearrangeerd en genoteerd. Daarna gaat hij de toren in en steekt voor iedere op geschreven muzieknoot een pennetje door een gat in de trommel. Aan de binnenkant van die trommel worden alle pennetjes vastgeschroefd. Tijdens dit werk (het versteken) moet de beiaardier goed opletten, want als een pennetje op een verkeerde plaats staat klinkt er een verkeerde klok of klopt het tempo niet meer. Op de trommel is er ruimte voor vier muziekstukjes. Net als bij de piano zitten op de trommel de lage tonen links en de hoge tonen rechts.

Het versteken van de oude speeltrommel in de Laurenstoren kost veel tijd; wel een dag. Daarom hebben de nieuwere carillons vaak een automatisch spel dat aangestuurd wordt door een computer. De beiaardier speelt de muziekstukjes dan in via een keyboard. Dat de stadsbeiaardiers van de moderne havenstad Rotterdam anno 2010 op dezelfde manier de trommel versteken als hun 17de eeuwse Rotterdamse collega’s dat 400 jaar geleden deden is wel heel bijzonder. 


Carillonbespelingen:

Donderdag van 12u tot 13u
Zaterdag van 13u tot 14u

 


HET GROOTSTE CARILLON VAN DE STAD

 
 

De klokken

Het carillon van de Rotterdamse stadhuistoren bestaat uit 63 klokken, gegoten door de Koninklijke Klokkengieterij Petit & Fritsen in de jaren 1948, 1975 en 1996. De drie grootse klokken dragen de namen Vrede, Arbeid en Welvaart. De twee kleinste de namen Laura en Harmonie. De grootse basklok heeft een gewicht van 5638 kg, en bezit de toon G0 aan het klavier BES. De kleinste klok heeft een gewicht van 5 kg. met de toon B aan het klavier D. Het uurwerk laat op het kwartier een zgn. Westminster tijdsignaal horen op het carillon. Vrij bijzonder voor Nederland.

Geschiedenis
Sinds de 14e eeuw beschikte de stad Rotterdam over een stadhuis, dat beschikte over een klein klokkenspel van onbekende omvang. Op 19 oktober 1660 sloot François Hemony een contract voor de levering van twee complete carillons, voor de Sint Laurenstoren en de Stadhuistoren. Het spel voor de Stadhuistoren was een betrekkelijk licht spel van 26 klokken. In 1829 kreeg het carillon een nieuwe plek in het torentje van het beursgebouw, in 1870 is het klavier verwijderd en daardoor was het carillon slechts via de speeltrommel te beluisteren. Het stadhuis onderging een complete verbouwing waarbij de toren verdween. In 1904 werd besloten om het stadhuis compleet te vernieuwen, er verrees een compleet nieuw stadhuis met beiaardtoren aan een nieuwe boulevard, de Coolsingel.

Bij het gereed komen van het nieuwe stadhuis van Rotterdam in 1920 ontving de de gemeente veel geschenken van de burgers voor het nieuwe gebouw, ondermeer een compleet nieuw carillon geschonken door de gebroeders Philippus (1861-1945) en P.J. van Ommeren (1865-1942} van het gelijknamige havenbedrijf. Het carillon bestond uit 49 klokken met als grootste klok een as0 van ongeveer 4034 kg. De klokken waren gegoten door de Engelse klokkengieter Taylor. De grootste vier klokken droegen de namen Vrede, Voorspoed, Arbeid en Geluk. Op 1 januari 1921 speelde de toenmalige stadsbeiaardier A.Krul jr. het spel in. Het spel was nog volgens het Nederlandse bedradingsysteem ingericht, het broeksysteem. Echter daar kwam in 1942 verandering in, onder leiding van de Rotterdamse stadsbeiaardier Ferdinand Timmermans werden de klokken in rijen opgehangen en verbonden met het klavier doormiddel van een tuimelaarsysteem. Echter in september 1943 werden de klokken door de bezetter op het kleinste klokje na gevorderd!
Na de oorlog ging Rotterdam voortvarend te werk, gelijk in 1945 begon men geld in te zamelen voor een nieuw carillon in de lege stadhuistoren! Opnieuw droegen de erven Van Ommeren een groot deel bij aan het nieuwe carillon.
Reeds in 1948 goot de Nederlandse Klokkengieterij Petit & Fritsen een groot zwaar carillon, op basis van een bas klok g0 van 5654 kg. Het spel bestond uit 49 klokken. De grootste 3 klokken kregen opnieuw namen, Welvaart, Arbeid en Vrede waarbij ook het vignet van het bedrijf Van Ommeren is aangebracht. Op 27 augustus 1948 kon het nieuwe spel door de stadsbeiaardier Ferdinand Timmermans worden ingespeeld.

De kwaliteit van de hoogste octaven van het spel waren niet helemaal volgens de eisen die jaren later gebruikelijk was, daarom hergoot Petit & Fritsen in 1975 de 37 hoogste klokken. Bovendien voegde de gieter er nog een 12 tal kleinen klokken bij, het spel kreeg een omvang van 5 octaven. Het waren de hoogtij dagen van de bekende beiaardier Leen 't Hart, directeur van de Nederlandse Beiaard School en stadsbeiaardier van Rotterdam (1957-1973). De gemeente Rotterdam organiseerde regelmatig congressen (1972) en beiaarddagen in Rotterdam met de stadhuisbeiaard als concertinstrument.

Jammer genoeg hadden de twee klokkenreeksen uit 1948 en 1975 weinig met elkaar gemeen, qua stemming sloten de twee reeksen niet op elkaar aan. Daarmee klopte de stadsbeiaardier Addie de Jong in 1992 bij de beiaardcommissie aan, dit zou uitmonden in een vrij ingrijpende renovatie van de beiaard. Dit onder adviseurschap van beiaardier Jaap van der Ende. De klokken uit 1975 zijn herstemd, waardoor de stemming beter past bij die van de klokken uit 1948. Bovendien kreeg het spel een tweetal nieuwe kleine diskant klokken, met de namen Laura (vernoemd naar de voorzitter van het toenmalig beiaardcomité Laura J. Meilink-Hoedemaker) en de Harmonia. De toren kreeg een nieuwe speelcabine met een nieuw fraai eikenhouten speelklavier. De tractuur is geheel vernieuwd en de klepels zijn vernieuwd en gereviseerd. Vanaf 7 mei 1996 was de vernieuwde Rotterdamse stadhuisbeiaard weer in volle glorie te beluisteren.

 

Carillonbespelingen:

Dinsdag van 12u tot 13u
Vrijdag van 19u tot 20u (Van september t/m juni) 



HET KLEINSTE CARILLON VAN DE STAD 

 
 

Het kleinste carillon vind je in de toren van de Oude of Pelgrimvaderskerk te Delfshaven. In het fraaie koepeltorentje van de Delfhavense Oude Kerk hangt sinds december 1989 een carillon van 44 klokken. De nieuwe klokken werden gegoten in de klokkengieterij van Petit & Fritsen en vervolgens gestemd inde 17de eeuwse middentoonstemming. Afgeleid van de stemming van de Hemony-beiaard van de Laurenskerk. De akoestiek van het oude haventje, de Aelbrechtskolk, geeft een bijzondere klank aan dit verfijnde instrument. 




COLLEGA OP WOUDESTEIN

Aan de rand van de stad, op Woudestein, klinkt ook torenmuziek.
Het carillon, bestaande uit 47 klokken, is eigendom van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Het instrument wordt iedere dag bespeeld door de vaste beiaardier van de EUR, Mathieu Polak of door een van zijn studenten van 12.30-13.00 uur. Het werd daar in 1968 geplaatst door klokkengieterij Petit & Fritsen.



 

STADSBEIAARDIERS VAN ROTTERDAM

 

  • Joost Jansz, van 1556 tot 1606

  • Henrick Joostensz, van 1606 tot 1636

  • Arien Damen, van 1636 tot 1673

  • Martinus van Dorp, van 1664 tot 1672

  • Pieter Soupar, van 1673 tot 1702 

  • Jacob Han, van 1702 tot 1707

  • Jan Penteris, van 1707 tot 1732 

  • Adrianus Burgvliet, van 1732 tot 1771 

  • Jan Robbers, van 1771 tot 1830 

  • Samuel de Lange, van 1830 tot 1884 

  • Willem Charles de Lange, van 1884 tot 1916 

  • Abraham Krul, van 1916 tot 1924 

  • Ferdinand Timmermans, van 1924 tot 1956 

  • Leen ’t Hart, van 1957 tot 1974 

  • Cor Don, van 1974 tot 1978

  • Addie de Jong, van 1975 tot 1997 

  • Gerard de Waardt, van 1978 tot 2014

  • Geert Bierling, van 1990 tot nu

  • Richard de Waardt, van 2012 tot nu

 

Richard de Waardt & Geert Bierling

Richard de Waardt & Gerard de Waardt

Ferdinand Timmermans

Leen 't Hart

Addie de Jong



VAAK GESTELDE VRAGEN

Wat is een carillon?

De definitie van een carillon (volgens de World Carillon Federation) is als volgt: "een carillon is een muziekinstrument, bestaande uit 23 of meer gestemde bronzen klokken en verbonden met een stokkenklavier. De minimale toonomvang is dus 2 chromatische octaven (enkel de lage cis en dis mogen ontbreken). Een standaardcarillon heeft 4 octaven of 49 klokken."


Hoe oefent een beiaardier? 

Een beiaardier oefent op een studieklavier. Het klavier is een exacte kopie van het klavier in de toren, maar dan zonder klokken en vaak met een volumeknop. Een studieklavier kan zowel elektronisch als akoestisch zijn. Dit hangt af van de bouwer en van de smaak van de beiaardier.  


Klimt een beiaardier ieder kwartier naar boven om een melodietje te spelen? 

Nee. De korte carillon-melodietjes die je ieder kwartier hoort klinken uit de stadstorens worden niet ‘live’ gespeeld door de beiaardiers. Daarvoor zorgt een speelautomaat. In de toren van de Laurenskerk is dat een grote speeltrommel die ieder kwartier een stukje verder wordt rondgedraaid. Het carillon in de stadhuistoren heeft geen speeltrommel die verstoken wordt op de manier zoals in de Laurenstoren; hier klinkt een vaste melodie jaar in, jaar uit: het is de bekende Big-Ben melodie. Aan de lengte van de melodie kan je herkennen of het kwart over, half, kwart voor, of het hele uur is. Daarnaast kunnen op dit carillon kwartier- melodietjes met een computer worden ingespeeld. De kwartier-melodietjes uit Delfshavense toren klinken doordat de hamers die de klokken aanslaan uitsluitend door een computer wordt bediend.


Hoeveel treden voordat je boven bent?

Laurenstoren:
Stadhuis:
Pelgrimvaderskerk:

305 treden
257 treden
35 treden

 

Hoe word je beiaardier?

Er bestaan twee belangrijke opleidingen tot beiaardier. 

Amersfoort:         http://www.beiaardcentrum.com/nederlandse-beiaardschool 
Mechelen (BE):   http://beiaardschool.mechelen.be 

 

Hoeveel carillons zijn er in de wereld? 

Nederland en België liggen aan de bakermat van de beiaardcultuur. Het is daarom een typisch instrument uit onze streken. Nog steeds zijn we het centrum van de beiaardkunst. Beiaardiers uit de hele wereld komen studeren in Amersfoort of Mechelen. Vanuit Nederland en België heeft de beiaardcultuur zich ook verspreid naar andere landen. Hieronder staat een lijst van het totaal aantal carillons ter wereld. 

Nederland                  
Verenigde Staten    
België                         
Frankrijk                    
Duitsland                   
Denemarken              
Verenigd Koninkrijk   
Zweden                      
Noorwegen                
Canada                      
Zwitserland                 
Japan                         
Spanje                        
Mexico                       
Polen                          
Litouwen                     
Portugal                      
Rusland                      
Oostenrijk                   
Brazilië                       
Ierland                       
Oekraïne    
Curaçao  
Zuid-Afrika   
Filipijnen   
Zuid-Korea   
Israël   
Australië  
Nieuw-Zeeland   

Mobiele carillons

Totaal

184
164
89
57
45
28
14
13
12
11
5
3
3
3
2
2
2
2
2
2
1
1
1
1
1
1
1
1
1

16

668
 

Bron: Zingend Brons - Luc Rombouts


Heb je ook een vraag? Stuur een mailtje naar stadsbeiaardier@rotterdam.nl




Meer weten? 

Verenigingen
Nederlandse Klokkenspel Vereniging
Vlaamse Beiaard Vereniging
World Carillon Federation

Opleidingen
Nederlandse Beiaardschool
Belgische Beiaardschool

Aanbevolen lectuur
Zingend Brons - Luc Rombouts
Over ontstaan en geschiedenis van de beiaardkunst, met een vooruitblik naar de toekomst van de beiaardmuziek

Informatie over Rotterdamse beiaardiers en carillons
Website van Laura Meilink-Hoedemaker