| Situatie vanaf de 19de eeuw |
|
Ook in de 19de eeuw bekleedden stadsorganisten belangrijke functies in het Rotterdamse muziekleven. In 1844 richtte Toon- kunst een muziekschool op waar de organist Bartholomeus Tours vioolles gaf. Samuel de Lange, benoemd in 1864, gaf om de veertien dagen een orgelbespeling met werken van grote orgelcomponisten als Bach, Handel, Rheinberger. Met de benoeming van Hendrik de Vries uit Nijmegen braken gouden tijden aan voor de orgelliefhebbers. Hij werd beschouwd als Neerlands grootste organist. Hij gaf in 1897 in Rotterdam zijn eerste concert. In de jaren daarna voerde hij alle grote orgelwerken uit van Mendelssohn, Reger Widor, Franck en Bach. Vanaf 1900 ontstaat de situatie dat de stadsorganist zich steeds meer concentreert op het spelen van concerten in de kerk en het begeleiden van kerkdiensten. Daarnaast is hij vaak dirigent van een groot koor. Hij wordt ook niet meer aangekondigd als stads- organist maar als organist van de Grote Kerk. Hij is ook niet in dienst van de Burgerlijke overheid, maar in dienst van de Hervormde Gemeente. Het musiceren in en het leiden van orkesten en het optreden als bijvoorbeeld vioolsolist verdwijnt. Het dirigeren van ensembles en grote symfonieorkesten wordt overgenomen door ‘echte’ dirigenten. Het Rotterdams Philhar- monisch Orkest heeft de functie van het 17de en 18de eeuwse Muziek-college overgenomen. Het spelen op de Laurensbeiaard en de nieuwe stadhuisbeiaard wordt overgenomen door beiaardiers die als organist aan een kleinere kerk elders in Rotterdam werkzaam zijn. Een bekende figuur is Ferdinand Timmermans, stadsbeiaardier van Rotterdam en organist van de Remonstrantse Kerk. Na de tweede wereldoorlog verandert die situatie eigenlijk niet. 1920: Nieuw stadhuis – nieuw orgel & nieuwe stadsorganist Toen in Rotterdam in het begin van de twintigste eeuw plannen werden gemaakt voor de bouw van een nieuw stadhuis dat zich kon meten met de stadhuizen van de Europese wereldsteden werd aan de architect Henri Evers gevraagd een ontwerp te maken. Hij ontwierp een statig stadhuis met een grote zaal. In deze Burgerzaal, een echte feestzaal, werd ook een balustrade geplaatst met daarop een orgel. Een instrument volgens de laatste vindingen, gebouwd door een bekende Rotterdamse orgelbouwer, de firma Standaart. In de jaren voor de tweede wereldoorlog werd dat moderne stadhuisorgel bespeeld door Corn. Immig, een bekende Rotterdamse typograaf. Later werd deze functie waargenomen door de heer Van Doorn, een ambtenaar van het stadhuis. Naast het spelen tijdens ontvangsten en zgn. eerste klasse huwelijken gaf hij ook concerten. Vaak met medewerking van zangers van naam en solisten uit het Rotterdams Philharmonisch Orkest. De toegangsprijs bedroeg f 0,25 per persoon. Hij werd na de oorlog opgevolgd door de heer Van Dorp, even- eens een ‘ambtelijk functionaris van het Raadhuis’. Vanaf 1953 werd Piet van den Kerkhoff, de bekende organist van de Nieuwe Zuiderkerk aan de Westzeedijk, officieel aan- gesteld als ‘Stadsorganist’. Na zijn overlijden in 1968 werd hij opgevolgd door zijn oud-leerlinge Jet Dubbeldam. Na haar pensioenering werd de functie van stadsorganist over- genomen door Geert Bierling, |

