Aanstelling en opvolging
Het kwam regelmatig voor dat een organist tevens zoon, schoon-  zoon, vader, schoonvader, broer, of iets dergelijks van een andere  organist was. Een situatie die we (gelukkig) niet kennen in Rotterdam! Wanneer er tijdens het leven van de organist geen afspraken over  diens opvolging waren gemaakt, werd er voor het kiezen van een  opvolger dikwijls een proefspel georganiseerd, waarbij doorgaans  zo tussen de vijf en de twintig kandidaten werden gehoord.

De taken van de 17de en 18de eeuwse stadsorganist  Als voorbeeld van de taken van de stadsorganist volgen hier de  instructies die de organist van Hoorn bij zijn aanstelling moet onder  tekenen: Cornelis Janszoon Helmbreker verplicht zich in 1612 tot  spelen bij de volgende gelegenheden: 
(1) maaltijden ten raadhuize van burgemeesters, vroedschap en  gerecht, alsmede intochten van prinsen en heren (hij speelt dan klavecimbel), 
(2) op alle preekdagen voor en na de dienst, en 
(3) van half oktober tot 1 maart elke avond een uur. Daarnaast zijn  er nog de taken als beiaardier.

Stadsmuziekcollege
In 1768 is de organist bijvoorbeeld verplicht tegen een redelijke vergoeding muziekles te geven aan Hoornse burgers en hun  kinderen en zonder vergoeding diensten te verlenen aan het  stadsmuziekcollege.Globaal kon in de 17de  en 18de eeuw de organist van de grootste  hervormde kerk van een stad  beschouwd worden als de belang-  rijkste musicus ter stede.  Het organistschap, dat behalve spelen ook dikwijls de zorg voor  het orgel en orgeladvisering inhield, was geen volledige betrekking  en zo vinden we de organist dikwijls in nevenfuncties als leraar van  vermogende amateurs (zowel dames als heren) en als leider van  het plaatselijke muziekcollege.
De hierboven beschreven sitiuatie gold ook voor Rotterdamse  organisten van de Grote of Sint Laurenskerk als Hans Goltfuss,  Joannes Baptista Verrijt Nicolaas Woordhouder, Jacob Tours en  Johannes Robbers.

18de eeuw
Ook in  de 18de eeuw moet Rotterdam een aantrekkelijke stad zijn  geweest op muziekgebied, met zijn dagelijkse bespelingen op het  grote Laurensorgel, de carillonbespelingen en de concerten in  De Doele. Zo schreef debekende Charles Burney in zijn reisverslag  over zijn bezoek aan Rotterdam in 1772 dat leden van het Doele  Orkest werden opgeleid door de Laurensorganist Petrus Albertus  Van Hagen. Hij was een beroemd violist die componeerde in de  stijl van zijn leermeester Geminiani.  Van Hagen bewoonde een groot huis aan de Bierstraat waar hij  ook openbare concerten organiseerde.
 
website by Ooxo.nl  &  @10am